Posts tonen met het label kluun. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kluun. Alle posts tonen

maandag, januari 31, 2011

Cd'tje met 2.000 boeken: delen met je vrienden is het nieuwe downloaden



"Met welk verkoopcijfer ben je tevreden?" Prikkelende vraag van Matthijs van Niewkerk voor meneer de commerciële boekenschrijver, maar Kluun aarzelt geen moment: "300.000", zegt hij. "Maar dan moet Herman Koch daar niet te ver boven zitten natuurlijk." 300.000, bescheiden aantal voor iemand wiens debuutroman meer dan een miljoen exemplaren verkocht. Dat was dan ook een uniek geval, of zoals Al Jazeera zou zeggen: unprecedented. Zijn tweede verkocht een half miljoen, ook een dikke bestseller. Nee, 300.000, realistische schatting voor een bestseller auteur anno 2011.

Zal dat zo blijven? De boekenbranche houdt de adem in. Er zijn mensen die het hardop durven zeggen: jongens, het gaat gebeuren, piraterij gaat ook hier de markt overspoelen, net zoals dat de muziekindustrie overkomen is. Maar de meeste mensen werken liever door, zo lijkt het. Mensen zullen altijd papier blijven verkiezen boven digitaal. Het leest niet zo lekker als een ouderwets boek, zo'n iPad. En uiteindelijk is er toch niets mooiers dan een boekenkast vol gebonden boeken? Met leeslint natuurlijk.

Hoop wordt ook gevonden in de uitputtingsslag van piraterijbestrijders met kolossale torrentwebsites als The Pirate Bay en Mininova. Mininova is al gemarginaliseerd, The Pirate Bay heeft al zo veel klappen te verwerken gekregen dat we toch vroeg of laat voor een knock-out kunnen aftellen. Met een beetje mazzel krijgen we over een paar jaar ook wat strengere wetgeving. En daarna zullen we nooit meer iets zo groot laten worden, is het vaste voornemen.

Deze week zat ik in de trein naar Hilversum. Achter mij zaten zeven Libelle dames. Vrouwen van boven de vijftig die volgens het cliché thuishoren in de categorie 'digitaal zwakzinnig'. Zo niet deze dames: "Ik heb gisteren een cd gekregen van Rita met 2.000 ebooks erop", zei de een. "Er staat van alles op, alle boeken van Baantjer." Als volleerde tienerdownloaders wisten ze dondersgoed wat de valkuilen zijn van digitaal freeloaden. "Esther Verhoef moet je er niet op zetten, daar ontbreken stukken uit."

"Dat is niet wat ik versta onder sharing", zei iemand van de week tegen me. En dat zal voor veel mensen gelden. Filesharing, dat zijn van die websites met advertenties van lekkere hete meisjes bij jou om de hoek, die prijzen uitdelen omdat jij - nee, het is geen grapje - de 1.000.000.000.000.000ste bezoeker bent. Ondertussen gaan op kantoren die cd's rond. En nee, dat voelt niet als filesharing, dat voelt niet eens als delen, het voelt als lenen.

Delen met je vrienden en collega's is het nieuwe downloaden. Het is veilig en je krijgt geen rotzooi binnen. Sterker nog: je vrienden kennen jouw smaak en jij die van hen. En mocht het ooit tot een streng downloadverbod komen, dan zullen de politiecontroles voornamelijk plaatsvinden bij grote massaplatforms. Niet bij een harde schijf die je deelt met veertig vrienden, niet bij een WeTransfer berichtje dat direct en alleen in de mailbox terecht komt van de mensen aan wie jij het stuurt.

Dat is in elk geval een stuk kleinschaliger dan The Pirate Bay, vroeger gaven wij elkaar op het schoolplein toch ook cassettebandjes? Klopt, met het verschil dat ebooks makkelijker te delen zijn en ook nog eens de grootte hebben van een digitaal atoom. Een beetje film neemt al snel 700 MB in op je computer, een muziekalbum in fatsoenlijke kwaliteit rond de 100 MB. Dan Brown's Da Vinci code, 383 pagina's? 1,4 MB. Dat is ongeveer zo groot als je Hotmail inbox was in 1999, in 2011 is het niks.

Net als Dan Brown zal Kluun tot de eerste auteurs behoren die dat zal gaan merken. Is hij de laatste bestseller auteur oude stijl? Het zou kunnen. Het lontje in het kruitvat brandt, maar niemand weet hoe lang het is en hoe snel het smeult. Maar Kluun snapt best dat het ooit tot een ontploffing zal komen. Hij realiseert zich dat 15 euro vragen voor een ebook niet realistisch is, zo vertelde hij in Nieuwe Revu vorige week. "Gevoelsmatig ligt de prijs ongeveer rond 5 a 6 euro", zegt hij. Nee, ik weet niet waar het heen gaat en al helemaal niet wat de oplossing is voor iedereen die er nu zijn geld mee verdient. Ik weet alleen wel dat als ik uitgever was, ik de digitale toekomst maar niet zou onderschatten.

zondag, november 01, 2009

Kluun: de ondraaglijke leegheid van het bestaan *




De arrogantie van atheïsten. Die kwam schrijver Kluun vorige week bij ongelovigen Pauw en Witteman aan de kaak stellen. We zullen hem vaker gaan zien de komende maanden. Met de verfilming van zijn eerste boek Komt Een Vrouw Bij De Dokter in aantocht zal de schrijver weer in elk programma opduiken. Als voorproefje op dat grote circus schreef hij een essay voor de Maand van de Spiritualiteit. De stelling is prikkelend: nu de atheïsten na eeuwenlang christelijke overheersing eindelijk aan de macht zijn in intellectueel Nederland, moet iedere gelovige zich constant verdedigen. Waarom eigenlijk? Waarom is het zo'n schande om - net als hij zelf - te zeggen dat je in 'iets' gelooft? Je kunt immers niet bewijzen dat er níets is, toch?

Op zich een interessante gedachte, maar Kluun verdedigt hem wat klunzig. Het is uiteindelijk de houding van Jeroen Pauw die bewijst dat hij op zijn minst een beetje gelijk heeft, niet de argumenten van Kluun. Alle toonaangevende media zijn in handen van atheïsten, beweert hij. Pauw en Witteman... Knevel en van de Brink, countert Pauw. Nee, hij bedoelt toonaangevende media, probeert Kluun met een grapje terug te slaan. Waarom mogen mensen niet gewoon geloven wat ze willen? Het is hun houvast, en zelfs christenen geven tegenwoordig openlijk toe dat ook zij twijfels hebben. Waarom moet je daar als een missionaris tegen ten strijde trekken? Omdat mensen uit het bestaan van die God maatschappelijke conclusies trekken, luidt het antwoord Paul Witteman.

Dat laatste argument gaat niet echt op voor mensen als Kluun. Hij gelooft niet in een God die de regels van het leven bepaalt, maar in 'iets'. Zonder consequenties. Die opportunistische spiritualiteit kenden we al van hem. Het zit ook in Komt Een Vrouw Bij De Dokter. Carmen van Diepen, halverwege de dertig en in de bloei van haar leven, krijgt borstkanker en stevent af op de dood. Man Stijn, zelfverklaard monofoob, vlucht in feesten en vreemdgaan. Pas aan het einde, als de auto van Stijn na een triootje met een collega/ex-vriendin en een stagiaire ondersteboven op straat ligt, grijpt hij naar de goddelijke troef. Zelf gelooft hij er eigenlijk niet in, maar zijn maîtresse Roos raadt hem aan eens te bellen met Nora, een vrouw die contact heeft met de andere wereld.

De andere wereld, mijn reet, denkt Stijn, en de lezer denkt met hem mee. Het is ook wel een beetje vreemd, want Nora vertelt hem allemaal dingen over zijn vrouw alsof ze al gestorven is, terwijl dat nog helemaal niet zo is. Maar soit, Stijn staat er zelf ook sceptisch tegenover, dus goedgelovigheid kun je hem niet kwalijk nemen. Nee, geloven doet ie het niet, maar met het antwoord kan hij wel wat, en dus neemt hij het ter harte. "Nu krijg je de kans om je vrouw alles terug te geven wat je al die jaren van haar gekregen hebt", fluisteren Nora en haar souffleurs hem in.

Kluuns hoofdpersoon is een echte Hollander. Of beter: een echte moderne Hollander. Nuchter, vindt hij zelf. Hij laat zich niets wijsmaken. Niet door religie, maar ook niet door autoriteiten. Niet zo gek, want de dokter die Carmen in eerste instantie onderzocht, maakte een grote inschattingsfout. Het had allemaal voorkomen kunnen worden, denkt Stijn, waarschijnlijk terecht. Hij draagt het niet alleen de dokter in kwestie na, maar ook alle andere dokters en verplegers in het ziekenhuis. Het vertrouwen in de medische deskundigen is nul. Een psycholoog om alles op een rijtje te zetten? Stijn begint er niet aan. En ook van een praatgroep met andere 'slachtoffers' moet hij niets hebben. Stijn van Diepen is een individualist, die precies weet waar hij gelukkig van wordt.

Religie en spiritualiteit zijn stoplappen in de schrijverswereld van Kluun. Als het echt niet anders kan, wordt God uit de trukendoos gehaald. Hoe leg je een driejarig kind uit dat haar moeder dood gaat? Precies: je vertelt haar dat mama het mooiste engeltje in de hemel wordt, met vleugeltjes. En dan maar hopen dat ze niet doorvraagt. De echte kernwaarden in het leven van Stijn van Diepen zijn overzichtelijk en aards: voetbal, muziek en vrouwen. Mensen moeten vooral niet denken dat hij daar iets edels mee bedoelt, moet Kluun gedacht hebben. Om die mogelijkheid uit te sluiten, kiest hij het hele boek door voor de minst charmante termen als hij het heeft over de vleselijke lust. Zijn vrouw noemt hij een lekker wijf met grote tieten, voor de meisjes in zuiptent De Bastille hanteert hij termen als 'sliptongetjes', 'bekken' en zelfs 'kopkluiven'.

Hij doet het erom. Waar grote schrijvers vroeger hun hersens kraakten op bloemrijke beeldspraak, grijpt Kluun op het plagerige af naar platte voetbalvergelijkingen. Terwijl de liefde van zijn leven thuis in bed ligt, gaat Stijn met zijn potente vrienden naar Miami. Daar ontmoet hij een vrouw. Niet eens een mooie, maar een dikke Amerikaanse griet. Vlak voor hij haar in zijn hotelkamer de hele nacht 'van jetje' geeft, loopt hij vriend Frenk nog tegen het lijf: "Terwijl ze mijn lul, die zo hard is geworden als de stoeltjes van de ArenA, diep in haar mond heeft, gaat de liftdeur open en kijk ik recht in de ogen van Frenk." Heeft hij energie, dan denkt hij aan Edgar Davids. Is hij geil, dan denkt hij aan het libido van Patrick Kluivert. Ziet hij een kale kankerpatiënt in het ziekenhuis, dan denkt hij aan Pierluigi Collina, de beroemde Italiaanse scheidsrechter. In de voetnoten slaat hij je om de oren met onbelangrijke voetbalfeiten, waaronder de complete opstellingen van Ajax in belangrijke wedstrijden.

Minstens zo waardevol in het leven van Stijn is muziek. Elk hoofdstuk opent met een citaat uit een liedje, cliché op cliché. Natuurlijk, Sinatra's My Way ís een van de beste liedjes ooit geschreven over Het Einde. De dood noemt Sinatra het niet, hij kiest liever voor het veel poëtischer 'the final curtain'. Sinatra klonk bronstig, vol levenslust, toen hij het zong. Een monument in de muziekgeschiedenis, maar daardoor ook een uitgemolken song, die je met goed fatsoen eigenlijk niet meer op een begrafenis kunt draaien. Bij pijn denken aan R.E.M.'s Everybody Hurts? Kom op, er moet iets originelers te verzinnen zijn?!

Daar denkt Kluun heel anders over. Hij is niet bang voor platgetreden paden en ook niet voor 'lage' cultuur. Dat hij Bruce Springsteen en Blof gelijkstelt, is een keuze. Het gaat maar om één ding: ze moeten een goed gevoel geven, je idee over het leven bevestigen. Precies zoals de spiritualiteit van Nora. Het moet 'een waarheid' bevatten, ergens van binnen. En clichés bevatten die universele waarheid, dat is precies de reden dat het clichés geworden zijn. Je bent een slecht mens als je anderen hun clichés misgunt. Een slecht mens, of erger: een elitair mens. De rillingen lopen Kluun over de rug als hij het woord hoort.

Zijn Stijn is een man met een weinig verfijnde smaak, die achter de rug van zijn stervende vrouw om heel het Leidseplein neukt, maar tegen de tijd dat de dood haar eindelijk komt halen, is de omschrijving 'ode aan de liefde' weer helemaal op zijn plaats. Het hoogtepunt is een scène waarin Stijn het oncontroleerbare geslachtsdeel van zijn zwaar vermagerde vrouw dempt met een handdoek. De kut die hij, zo schrijft Kluun, ontelbare keren gelikt heeft, waar hij zijn lul in gestoken heeft, zijn vingers, alles wat ze samen maar konden bedenken. Wolkersiaans, met een beetje goede wil, maar dan lomper opgeschreven en als onderdeel van een te lange sterfscène. De tegenstelling tussen de platte, seculiere, hedonistische samenleving en de ware zin van het leven is best wel interessant, maar in plaats van dat uit te diepen, laat laat Kluun het boek eindigen als een tranentrekker, met God als slecht passend puzzelstukje. Als zijn dochtertje voor het laatst afscheid neemt van haar moeder, roept hij de Heer in wie hij niet gelooft aan. Laat Hem in hemelsnaam wél bestaan.

Je kunt het de mens Raymond van de Klundert moeilijk kwalijk nemen. Is er iets ondraaglijker dan de gedachte dat het ophoudt na dit leven? Dat je veel te vroeg gestorven grote liefde voor altijd verdwijnt in het niets? De schrijver Kluun daarentegen... Literair gezien is zijn uitwerking plat en zijn stellingname eenvoudig door te prikken. Wat zou er van Kluuns boek overblijven als tv-goeroe Reinout Oerlemans er ook nog overheen gaat? Wordt het een drie uur durend epos, waarin die vijftig pagina's sterfscène helemaal uitgespeeld worden? Gaan de filmmakers voor de geilheid en de sensatie? Zouden de filmmakers de verleiding wel kunnen weerstaan om de geestenfluisteraar aan het slot Barry Atsma de zin van het leven in te laten fluisteren?

* Wrample van Milan Kundera, De Ondraaglijke Lichtheid van het Bestaan.