Posts tonen met het label kunst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kunst. Alle posts tonen

zaterdag, september 18, 2010

The art of webcam sex



"Give me just a second, baby", zegt ze. "Just a second." Ze neemt twee korte hijsen van haar sigaret, kijkt een keer achterom en trekt haar bh'tje recht, om het vervolgens meteen maar uit te trekken. Ze heeft golvend, donker haar, en een brillenhoofd. Het nachtkastje waar het montuurtje en de asbak op liggen, staat vermoedelijk net buiten beeld. Echt knap is ze niet, lelijk ook niet. Ze neemt snel nog een trekje en legt dan de sigaret echt weg. Dan plaatst ze haar hand naar achteren, op het broekje van de man achter haar en zegt ze tegen de camera: "Hey baby".

Zo gaat dat, in de negen vierkante meter slaapkamer van dit anonieme koppel. Iedereen moet natuurlijk zelf weten wat hij met zijn webcam doet, maar deze twee zien eruit alsof ze er noch rijk noch gelukkig van worden. Er hangen smoezelige gordijntjes en er staat een nogal vormloze schemerlamp. Zou het echt zo slecht verdienen? Of zouden mannen die van webcamsex houden zich automatisch ook thuisvoelen in minimalistische Oostblok interieurs?

Hoe lang zullen ze hebben moeten wachten? Is het aanpezen en moet je zes keer op een avond of zit je de helft van de avond voor jan joker in je ondergoed te wachten tot eindelijk die zoemer gaat? Om dan vervolgens een trekkende man op het scherm te zien verschijnen, die je vraagt je kontje richting camera te draaien? Het zijn misschien een beetje veel vragen ineen, maar ik ben dan ook nog nooit op het idee gekomen om voor twee euro per minuut een privé chat in te duiken. Echt niet. "Do you like it baby?", vraagt de dame aan de camera, terwijl ze haar tong zachtjes over de pik laat glijden.

Eerlijk gezegd vind ik het een beetje tegenvallen. Of toepasselijker: ik vind het nogal onbevredigend. En niet omdat het feestje voor het hoogtepunt afgebroken wordt. Mij was voorspeld dat kunstenaar Constant Dullaart de webcammeisjes live ging verleiden om een stukje Shakespeare voor te dragen in plaats van hun tieten te masseren. We zijn op het Incubate festival in Tilburg, en daar reflecteert men graag op het internettijdperk. Het moet een hele mindfuck voor ze zijn, een scène uit Romeo & Juliet, en dat is dan weer kunst. Ik probeerde me al voor te stellen hoe dat zou gaan. Of ze het graag zouden doen, of dat ze het gevoel zouden hebben in de maling genomen te worden.

Er kwam helaas geen Shakespeare aan te pas. Wel zwaaide Dullaart zachtjes met een dvd-logo, precies zoals de screensaver van mijn speler thuis. Wat hij daar mee bedoelde, ontging me eerlijk gezegd. We hebben met een zaal vol toeschouwers naar de seksende stelletjes gezwaaid. Dat was ook heel vervreemdend voor ze. En toen was het klaar, na drie privé sessies, waarbij het een keer zelfs tot penetratie kwam. Dat was het dan, kunst met webcamsex. En toch, achteraf vond ik het toch een stuk fascinerender dan op het moment zelf.

Ik dacht na afloop steeds aan die man, die vanaf het begin door had dat er iets niet pluis was. Zij twijfelde ook, dat merkte je. "What's that dvd logo about, are you gonna record it?", vroeg ze nog. Je zag haar aarzelen, maar ze besloot toch maar te doen wat de meeste klanten willen. Terwijl ze zich routineus - of is het ongeïnteresseerd? - over haar man heen liet zakken, bewoog die zijn hand al naar de knop. Ik moest ineens denken aan al die digitale luikjes waarachter twee of zelfs drie mensen in tochtige ruimtes liggen te wachten tot de gong gaat en ze hun kunstje mogen doen. In een constante staat van gekunstelde semi-opgewondenheid. Daar zwaaiend en lachend tussen veertig festivalbezoekers kon ik maar een ding denken: wat een onmetelijke tragiek.

De performance Webcam Girls van Constant Dullaart was vrijdag 17-09-2010 te zien op het Incubate Festival in Tilburg.

maandag, september 06, 2010

Animal Collective: Attack Of The Man-Eating Marshmallows



Het begint met de spreekwoordelijke duim in de dijk, dan de hele hand, dan haar hele lichaam, maar de olie komt in dikke drab door de muur heen. Over haar blonde haar, over alles. Dat claustrofobische beeld is het begin van ODDSAC, de nieuwe film van Animal Collective. Vreemd inderdaad, en het wordt alleen nog maar vreemder. De Amerikaanse band maakte een album met beeld. Een film zonder plot, die niet zonder de muziek te begrijpen is.

ODDSAC is taai stukje Technicolor. Een psychedelische nachtmerrie, een caleidoscopische horrorfilm in slow motion. Het staat compleet haaks op Merriweather Post Pavilion, het succesvolle album dat anderhalf jaar geleden uitkwam. Het was een eigenzinnige maar warme plaat. Hoe anders en lastig te duiden ODDSAC ook is, er is een opvallende overeenkomst met Merriweather: de belangrijke rol voor familie en geborgenheid.

Zo'n beetje de helft van Merriweather Post Pavilion gaat over het familieleven en vriendschap. No More Running is een liedje over onthaasting, in Brother Sport steekt Panda Bear zijn broer een hart onder de riem, Bluish en My Girls zijn odes aan het gezinsleven. Uit het tintelend zoete Bluish: "I'm getting lost in your curls / I'm drawing pictures on your skin / So soft it twirls / I like your looks when you get mean."

Ook in ODDSAC treffen we een gezin - vader, moeder, zoon en dochter - bij een idyllisch familietafereel: marshmallows smelten boven een kampvuur. Het wrede einde wordt al aangekondigd door de onheilspellende muziek. In eerste instantie is het niet eens de vampier die ze aanvalt. Het gezin belandt in een soort Attack Of The Man-Eating Marshmallows, wat grappiger klinkt dan het is. De gloeiend hete suikerdraden vallen de ouders aan, alsof ze door een dodelijke bacterie van binnenuit opgegeten worden. Pas als vader en moeder eruit zien als hondsdolle gekken kan de vampier zijn slag slaan. Precies zo'n sinister spel wordt aan het eind van de film gespeeld met een gezellig vriendinnen-etentje, dat verstoord wordt door een demonische kok. Gordon Ramsay, maar dan nog duivelser, zei iemand op internet al.

Zelfde onderwerp, maar eerst werd het gekoesterd, nu aangevallen. Vreemd? Niet volgens regel 1 uit het horror handboek: verbeeld je grootste angst. In de jaren dertig was men bang voor negers, dus maakte Hollywood White Zombie. Zou nu natuurlijk volstrekt incorrect zijn, maar toen niet. In de jaren vijftig zat Amerika middenin de ruimtewedloop en heerste angst voor een atoomaanval. En dus zag je horrorfilms met aliens die de aarde wilden vernietigen met een nucleaire aanval.

Zombie meester George A. Romero verbeeldde in Night Of The Living Dead (1968) het wegvallen van de vaste waarde 'familie' door een groep mensen op te sluiten in een vervallen huis, belaagd door vleesetende doden. Onder de slachtoffers een broer en zus die net bij het graf van hun vader geweest zijn, en een gezinnetje met kinderen. De moeder van het gezin komt op een gruwelijke manier aan haar einde, als haar zombie dochter haar met een tuinschepje dood steekt.

Animal Collective - of in elk geval regisseur Danny Perez - kent zijn klassiekers. Ze moeten die film gezien hebben. Zeker geïnspireerd zijn ze door horror klassieker The Texas Chainsaw Massacre. Niet alleen qua beeld, maar ook de soundtrack, vertelden ze in een interview. En de sterfscène van de vampier bij de opkomende zon - met flink wat bussen latex en een rookmachine - zou in geen enkele goedkope slasherfilm misstaan. Zo kennen we Animal Collective weer. Wie dacht dat ze het succes vast zouden grijpen en op de ingeslagen weg verder zouden gaan, mist de kern van de band. Benieuwd naar de volgende stap.

ODDSAC wordt 18 en 19 september vertoond op het Incubate Festival in Tilburg.


maandag, september 21, 2009

Hermann Nitsch: de geur van vers bloed



Ik weet niets van Hermann Nitsch. Bijna niets. Wat wikiwijsheden en dingen die de laatste tijd over hem in het nieuws waren. Dat hij uit Oostenrijk komt, dat hij al sinds de jaren zestig actief is als kunstenaar, en dat niet iedereen daar blij mee is. Je hebt geen internet nodig om dat te weten: bij de ingang van het Zwijsenpand in Tilburg staan ongeveer vijftien dierenactivisten met spandoeken en pamfletten. "Geen 'kunst' ten koste van dieren", betogen ze. "Moord is geen kunst".

Eerlijk gezegd heb ik geen mening over de Aktion van Nitsch. Voor de deur benadert een meisje met een lijst vol ethische vragen bezoekers van het Incubate festival, voor haar scriptie. Gelukkig slaat ze mij over, want ik heb geen antwoord op de vraag hoe ver een kunstenaar mag gaan. Of het fout is om met dode dieren te paraderen, en of een gehandicapt kind in plaats van een varken een brug te ver zou zijn. Ik wil vooral weten hoe het is om zoiets te ondergaan wat de meeste mensen beschouwen als achterhaald, onmenselijk, wreed en wanstaltig.

Twee uur later druppelt het bloed zachtjes van de beruchte varkenssnuit op de geblinddoekte naakte vrouw die er onder ligt. Vanaf de balustrade klinkt het kabaal van ratels, fluitjes en staccato trompetten. De naakte vrouw doet hard haar best om geen spier te vertrekken terwijl het bloed op haar dijen spat, maar een trillend been verraadt dat ze het koud heeft. De ritueel leider is ook niet bepaald een warmbloedig persoon. In afgeknepen Duits legt hij af en toe uit wat er gebeurt, vaker nog fluistert hij de in wit gestoken helpers in wat ze moeten doen. En vette vis verkruimelen met de blote vingers. Een beker bloed uitgieten in de mond van een actrice op een tafel, die het vervolgens gedoseerd over haar kin naar beneden laat glijden.

Het lage tempo van de hele seance zorgt voor een absurde sfeer. Aan het begin iets tussen lacherig en sereen in, maar na een uur eigenlijk alleen nog maar het laatste. Moet je je voorstellen dat dit fenomeen zes dagen doorgaat, zoals de gewoonte is. Nitsch en zijn gezelschap paraderen langzaam en zwijgend van tafel naar tafel. Langs aardbeien, brood, tomaten. Gekneed en overgoten met bloed, water en melk.

Het is raar, maar het is mooi om bloed over een mensenlichaam te zien lopen. Vanuit de mondhoeken over de nek, een kleine bocht bij het sleutelbeen, gesplitst tussen de borsten. Sommige mensen vinden het zelfs erotisch. Ik voel dat niet zo, maar walgelijk is het niet. Dat is het pas als je later naar de foto's kijkt. Er zijn ook weinig mensen met vertrokken gezichten in de grote hal. Hooguit zie je na een uur of twee mensen die hun neus dicht knijpen tegen de indringende geur van vers bloed. Nitsch shockeert niet, en dat is eigenlijk vreemd. Hij zit op een stoeltje met een tevreden blik en een glas wijn. Op een tafel achterin ligt een vrouw met gespreide benen. Op de hoek van de tafel liggen ingewanden, overgoten met dieprood bloed, dat op het witte papier druppelt.

Eén Nitsch-dienaar valt me op. Niet de twee leiders, de man met het grijze haar en die andere met het doorweekte shirt en de druipende baard. Zij zijn professioneel, gedecideerd en in charge. In feite zijn zij niet meer dan de misdienaren die het brood aan de priester aanreiken. Ik ben geboeid door dat meisje met dat lange haar en die gelukzalig wazige blik in haar ogen. Ze moet ergens halverwege de twintig zijn en ze ziet eruit als de duistere heldinnen in Italiaanse occulte horrorfilms.

Die films appelleren vaak aan dieptraditionele menselijke angsten. De dood, het duister, het ongrijpbare. Ze zitten vaak vol rituelen en tradities die terug gaan tot oude beschavingen. Ze zijn angstaanjagend en beklemmend, omdat de hoofdrolspelers doorgaans ongevraagd slachtoffer zijn van de bizarre driften van hun tegenstanders. Dat gevoel ontbreekt bij Nitsch, omdat je een 'slachtoffer' tien minuten later schoongespoeld mee ziet helpen aan de bevlekking van een ander. Gek genoeg gaat deze happening meer over het leven dan over de dood. Daar komt bij dat je in de hal kunt gaan en staan waar je wilt. Je kunt dichtbij staan, verderop, je kunt een trap op klimmen of even naar buiten lopen. Hoe pervers ook, na anderhalf uur sta ik nog steeds onbewogen te kijken.

En dan bekruipt het je onbewust toch. Na twee uur gesjouw met dode dieren en emmers organen liggen overal grote plassen bloed en is de intensiteit van het spektakel langzaam maar genadeloos opgevoerd. Het varken ligt inmiddels ondersteboven vastgebonden op het lichaam van de vrouw. Zes, acht dienaren staan over het beest gebogen. Vier houden het uiteengereten lichaam open, de anderen gooien alle ingewanden terug, en maken woest masserende bewegingen. Als een troep aasgieren op een prooi, maar op hetzelfde moment ook weer niet wreed. Het is geen walging, niet eens echt ongemak, maar een onbestemde fysieke reactie. Het is wonderlijk hoe de geur van bloed in je jas kan trekken, in je neus, tussen je tanden. Twee dagen later is het er nog steeds. Geen nachtmerries, gewoon soms een vleugje Nitsch.