
Het is natuurlijk mijn eigen schuld, dat weet ik ook wel. Ik heb al anderhalf jaar mijn cd's niet op volgorde gezet. Nu, met een nieuwe kast in de woonkamer, ontkom ik er niet meer aan. Die ellendige plastic gevallen, die stoffige, bekraste digipacks, cd's zonder doosje, doosjes zonder cd's, albumhoezen die ontworpen zijn voor vinyl maar gedegradeerd tot een cd-hoesje. Je mag me een slechte muziekverzamelaar noemen. Maanden lang liet ik de stapels gestaag groeien zonder in te grijpen, en daar pluk ik nu de zure vruchten van. Je zou haast denken dat ik zo'n verbitterde muziekjournalist ben die alles wel zo'n beetje gehoord heeft. Niets is minder waar, durf ik onbescheiden te zeggen. Honger naar muziek, klaar met de drager.
Een paar jaar geleden zag ik op de halfjaarlijkse Platenbeurs in de Utrechtse Jaarbeurs een banaan op een wit vierkant hangen. Velvet Underground in 3D, 185 euro. Een knipoog van twee Duitse handelaren naar de cultus van de limited edition. Het zou me niet verbazen als ze elke week bij de groenteboer nieuwe bananen aanschaften voor een verse hoes. Op hun kraam verkochten ze natuurlijk echte verzamelobjecten: welriekend vinyl, picture discs, handgenummerde klaphoezen. Het is natuurlijk holle romantiek, dat verzamelen. Het doet me denken aan de verzameling bloedslides van seriemoordenaar Dexter uit de gelijknamige tv-serie. Van ieder slachtoffer neemt hij een druppel bloed af, die hij tussen twee glazen plaatjes legt en in een doosje stopt. Dat doosje verstopt hij in zijn airconditioning. Op rustige momenten, als niemand kijkt, laat hij zijn vinger er overheen glijden, en dan maken ze een geruststellend, ratelend geluid.
Precies zo kan een muziekverzamelaar uren voor zijn kast staan en zijn vingers over de ruggen laten glijden. Er zijn vele manieren om je muziekcollectie te ordenen. Alfabetisch, chronologisch, autobiografisch. Met veel liefde schikken en herschikken mensen kasten vol muziek, om zo terloops albums tegen te komen waarvan ze alweer vergeten waren dat ze er waren. Muziekliefhebbers voelen zich thuis bij de muffige geur die hangt in tweedehands vinylzaken. Ze houden van het omdraaien van de plaat, van het neerzetten van de naald en het kraken voor de muziek daadwerkelijk begint. Nee, laat ik omschakelen van 'ze' naar 'we'. 'We' willen een muur vol platen. 'We' willen ze overal tegenkomen, op de eettafel, in de slaapkamer, in de servieskast. Gebakken lucht, allemaal secundair, maar dat weten we, en we koesteren het. Muziek kopen is een verslaving. Maar echt: je kunt een dag lang rondlopen met een dwingend gevoel dat je iets móet kopen, en overvallen worden door de nutteloosheid als je weer een stapel naar je toch al veel te grote verzameling sleept.
En dan die hoezen. Er zijn geweldige en beroemde hoezen gemaakt, die muziek karakter en uitstraling gaven. Van prachtige jazz-foto's in de jaren 50 tot cult-horror heavy metal en new wave minimalisme. Dat veranderde niet met de opkomst van dat ellendig kleine rotding: de cd. De afgelopen jaren is een nog kleiner medium de standaard geworden: de iPod. Vier vierkante centimeter is de standaard. Een belediging. En toch, ik ruil die ouderwetse romantiek graag in voor dat andere droombeeld dat ineens dichtbij komt: de ultieme bibliotheek, waar alles in staat wat je maar kunt bedenken. Er is deze week een hosanna-stemming over Spotify, de Zweedse streamingdienst. Ik doe er voorzichtig aan mee, ook al is de collectie nog niet perfect. Maar op dit moment komt er niets dichter bij de bibliotheek van Alexandrië.
Sceptici vallen tot nu toe vooral over het financiële verhaal van de site. Terecht, want Spotify zou best een fata morgana kunnen zijn die over een paar jaar weer verdwenen is. Maar vandaag kwam ineens een ander geluid langs. De snik van de weemoed, geuit door Marc Brekelmans van Muziek.nl. Hij vergelijkt Spotify met een buffetrestaurant, all-you-can-eat. Die vergelijking wordt vaker gemaakt, maar nooit zo negatief. “Het aanbod is enorm – meer dan je op kunt – maar de kwaliteit stelt ondanks de juiste ingrediënten enigszins teleur. Het eten mist de verfijning die een goed restaurant kenmerkt, waardoor je de zaak toch met een onbevredigend gevoel verlaat.”
Het momentje tussen de man en zijn platenwinkel staat onder druk. De liefdesband die een muziekliefhebber aangaat met zijn plaat, vanaf het moment dat hij het prijsje verwijdert, ruikt aan de inkt in het boekje en het schijfje voor het eerst in de speler plaatst. Muziek wordt een 'verbruiksproduct', schrijft Marc Brekelmans. Een one-night-stand, trouweloze lust, een snelle hap. Ik denk dat dat onzin is. Ik denk dat de liefde voor muziek geen greintje vermindert in deze tijd van overvloed. Integendeel: het is een verpletterende, tintelende gedachte dat er op deze wereld meer mooie muziek is dan je op kunt.

