Posts tonen met het label fans. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fans. Alle posts tonen

zaterdag, mei 01, 2010

Hé, dat zijn Ray en Anita, die zijn tof!



Gisteren heb ik mijn Ray en Anita plakboek teruggevonden. Of plakboek: eigenlijk zijn het een stuk of wat A4'tjes met een hoesje er omheen. Als je de eerste pagina opslaat, lacht je een Hitkrant-kop tegemoet: Hé, dat zijn Ray en Anita, die zijn tof! En zo was het ook. Naast het zelf gemaakte shirt met het 2 Unlimited logo (erop geplakt met een strijkbout), was het plakboek het centrum van mijn fandom. Met veel liefde en Prittstift zitten de foto's vast geplakt, bijna recht. De cover ontwierp ik zelf: het 2 Unlimited logo als een soort Batsign, dat ik in de lucht kon projecteren. Ik geloof niet dat ik ooit serieus gedacht heb dat ze aan mijn raam zouden verschijnen, wel dat het helden waren.

Natuurlijk waren het helden. Hun ontdekking viel samen met mijn prille liefde voor de Top 40, en Ray en Anita waren daar de absolute koningen van. Meer nog waren ze dat in mijn eigen Top 40, die ik elke woensdag op de typemachine maakte. In feite haalde ik elke woensdag een Top 40 blaadje bij platenzaak The Jukebox (een kleine jongen met stekeltjeshaar achter de toonbank), die ik dan thuis in mijn eigen volgorde zette. Rode inkt voor de klapper van de week, Tipp-ex als het fout ging.

Ray en Anita konden rekenen op mijn volledige support. Hun singles kwamen altijd op 1 binnen in de tipparade, om vervolgens een week later iedereen opzij te schuiven in de echte lijst. Het moet bij No Limit geweest zijn dat ik geen genoegen meer nam met het simpelweg kronen tot nummer 1. Vanaf dat moment tikte ik een heel A4 vol met minnetjes, die bij elkaar de titel van de nummer 1 vormden. Een beetje geïnspireerd op de grote massa-bijeenkomsten in het verre Oosten, waar het portret van de Grote Leider afgebeeld werd door duizenden 'enthousiaste vrijwilligers'.

Ray en Anita kwamen ook vaak in Azië. Ze waren er razend populair. Waar niet?! Anita deed in interviews altijd een beetje laatdunkend over Aziaten, alsof het hele rare mensen waren. Hun beeld was waarschijnlijk nogal gekleurd door de vreemde tv-shows waar ze tien minuten van hun single mochten playbacken, om vervolgens schaapachtig te staan luisteren als een presentator leuke grapjes over ze maakte. Je kunt je er iets bij voorstellen, zo'n zaal bulderende Japannertjes. En Ray? Die vond het Chinees eten op de hoek in Amsterdam toch lekkerder.

Dat hij van de rest van de Aziatische geneugten wel pap luste, dat stond er in de Hitkrant niet bij, hoe trots de verslaggever ook pochte dat hij overal bij mocht zijn. Die verhalen kwamen pas veel later. Mij kon het eerlijk gezegd niets schelen. Eigenlijk vond ik Ray noch Anita tof, het ging mij puur om de muziek. Anderen zullen misschien opscheppen dat ze de vroege Wu Tang platen woordelijk mee konden rappen, ik kende de bijdrage van Ray in No Limit uit mijn hoofd. "Hard to the core, I feel the floor. When I'm on stage yo, ya answer more. I'm on the edge, I know the ledge, I work real hard to collect my cash." The hardest working man in show business, onze Ray.

Dat de ballads op de plaat niet veel soeps waren wist is natuurlijk. Maar de hits! Achter elkaar kwamen ze, en ik rende ervoor naar de platenzaak. Ik wilde ook best toegeven dat de derde en vierde single van elk album toch minder waren dan de eerste twee. The Magic Friend, Maximum Overdrive, Let The Beat Control Your Body. Eigenlijk was zelfs Tribal Dance al waardeloos, met die lelijke clip, die eruit zag alsof ie geschoten was onder de tropische waterval van Center Parks.

Toen ik twee jaar later naar 'goede muziek' begon te luisteren heb ik zonder al te veel nadenken twee van de drie 2 Unlimited klassiekers verkocht aan het iets minder slimme nichtje van iemand die ik kende. No Limits en The Real Thing, samen voor 15 gulden, dat leek me een goede deal voor zulke slechte muziek. Get Ready heb ik gehouden, daar zag ik meteen de cultstatus van in. Toen het duo uit elkaar ging kon ik al hartelijk lachen om de OOR-columnist die Ray's haar omschreef als een geopend blikje haricots verts en grappen maakte over zijn ongecontroleerde dansstijl. De wroeging kwam later. Ik heb nooit meer een cd verkocht die om wat voor reden dan ook uit de gratie gevallen was. Eens liefde, altijd liefde.

vrijdag, april 30, 2010

Het raadsel van Nou Camp



Mooiste moment van een beladen voetbalavond deze week: ineens gingen de sprinklers van Nou Camp aan, precies op de helft van het veld waar de spelers van Inter hun overwinning vierden. Gevalletje voetbalhumor? Of iemand die slecht tegen zijn verlies kon? Het raadsel van Barcalona: wie zette de waterkraan open? Was het de terreinknecht? Ging hij door het lint toen hij trainer José Mourinho met één vinger in de lucht een uitzinnige ereronde zag rennen over het heilige veld? Niet het oppermachtige Barcelona, maar Internazionale gaat naar de finale.

Was het misschien Lionel Messi? De man die eigenhandig Arsenal op de knieën kreeg? Het kleine mannetje met de fluwelen traptechniek, die speelt als Jezus. Al van jongs af aan zoemt om zijn hoofd de term 'beste speler'. In 2005, op het WK onder 20, werd hij al uitgeroepen tot genie. Messi benutte twee penalty's in de finale en de voetbalspotters boden tegen elkaar op wie hem het eerst had gezien, in de sloppenwijken van Argentinië. Messi moet woensdag alles wat hij tegen kwam in die spelerstunnel kapot getrapt hebben. Misschien heeft hij daarna de sprinklers in werking gesteld.

Wij Nederlanders houden van Messi, maar eigenlijk houden we van heel Barcelona. De NOS-redactie slaapt massaal onder Barça-dekbedjes, met de handjes er onder. Al tijdens de wedstrijd hing er een grafstemming. Wij Hollanders houden van het technische totaalvoetbal waarmee Barcelona een ronde eerder de Engelsen naar huis speelde. Wij houden van Barcelona om zijn historie, om zijn mooie shirts en om onze Cruijff, wiens hand we tot op de dag van vandaag zien. Barcelona, de club die speelt zoals Ajax dat ook zou willen. Pas als het Nederlands elftal een beetje speelt als Barcelona, geloven wij in de titel. Nee, dan de stijl van die Italianen. Dat vinden wij geen voetbal, dat vinden we anti-voetbal. We noemen en leep en sluw, en dat zijn geen complimenten. Dat Inter een week eerder in Milaan wel sprankelde, doet niet eens ter zake. Wij vertikken het om te geloven dat lelijk voetbal ook mooi kan zijn. Mourinho, die zelfingenomen rat, heeft vanavond het voetbal vermoord.

Het Nederlands elftal wordt bijna altijd uitgeschakeld door ploegen die iets weg hebben van dit Inter, met een trainer die precies weet hoe hij de goddelijke machine moet stoppen. Uitgerekend Guus Hiddink sloopte Oranje op het EK twee jaar geleden door zijn beste spelers precies tussen de Nederlandse linies heen te laat spelen. Na twee fabelachtige wedstrijden tegen Frankrijk en Italië lukte er helemaal niets meer. Nog frustrerender was de partij tegen Portugal twee jaar eerder. Anti-voetbal op zijn best. De Portugezen kwamen binnen een half uur op voorsprong en maakten daarna fatsoenlijk voetbal onmogelijk. Een wedstrijd vol irritaties, met eindeloos tijdrekken, vier rode kaarten en een doorlopend fluitconcert aan het einde.

Maar het allerergst was het EK in eigen land, in 2000. Inderdaad, tegen de Italianen. Die wedstrijd zullen veel mensen voor het eerst de term catenaccio gehoord hebben. Nederland won in de kwartfinale met 6-1 van Joegoslavië, de wedstrijd van de legendarische Bosvelt-shuffle. Het was ons toernooi, wie kon ons stoppen? De Italianen dus, met afbraakvoetbal. Bergkamp en Zenden speelden de Italiaanse backs gek. Oranje had balbezit, kreeg kansen, nota bene twee penalty's. En toch ging het mis. Toen Zambrotta al na 34 minuten zijn tweede gele kaart kreeg, juichte heel Nederland, maar diep van binnen wist iedereen dat de wedstrijd nu nooit meer kon verlopen volgens de wetten van Cruijff. Precies zoals afgelopen woensdag.

Het moet Cruijff zelf geweest zijn, die de sprinklers aanzette. De kersverse erevoorzitter van Barça en de verpersoonlijking van aantrekkelijk, aanvallend voetbal. “Italianen kennen niet van je winnen, maar je ken wel van ze verliezen”, zei Cruijff ooit. Erger dan Duitsers. Wat mooi eigenlijk hoe José Mourinho dat gedweep met Barcelona om zeep hielp met een taaie, spuuglelijke wedstrijd.

dinsdag, november 03, 2009

This Is It: De laatste adem van Michael Jackson



Gegil in bioscoop Rembrandt in Utrecht. Geen kabaal van baldadige hangjeugd, maar een specifiek soort hoog gekrijs, dat je alleen hoort bij de echt groten der aarde. Ik hoorde het bij Prince in Ahoy, die keer toen Mariah Carey te gast was bij Ivo Niehe, en bij Michael Jackson. Waar hij ook was, altijd dat indringende geluid. Het is goedbedoeld en welgemeend. Er zitten echte fans in de zaal vanavond voor This Is It, het laatste kunstje van de King Of Pop. Of eigenlijk: de repetities voor het laatste kunstje dat er niet meer kwam. In de pauze doen drie jongens elkaar de beste danspassen uit het eerste deel voor. Tijdens Billie Jean gillen een paar meisjes vooraan op het moment dat Jackson de Moonwalk lijkt te gaan doen. Lijkt, want de Moonwalk bewaar je voor de echte show, maar met hun gegil proberen ze het moment al vast te grijpen voor het er is. Na elk nummer wordt gejoeld en geklapt, alsof mensen bij een concert zijn.

Dat is natuurlijk ook een beetje zo. Deze film, dik anderhalf uur, komt het dichtst bij die monumentale grote concertreeks in Londen, vijftig keer O2 Arena. De beelden waren vast bedoeld als extra features bij de concert-dvd, of - zoals het officieel heet - voor het archief van Michael Jackson. Geen documentaire die meerdere kanten belicht, maar 112 minuten behind the scenes footage. We zien Jackson aan het werk met zijn immense crew en zijn fabelachtig strakke band, maar vooral: met zijn dansers. Honderden dansers kwamen naar de audities, en de beelden daarvan zijn indrukwekkend. Jackson wijst ze hoogst persoonlijk aan. Hij, zij daar, die daarnaast. De eisen zijn hoog. Dansers moeten atletisch zijn, energiek, sexy. Jackson kan eisen stellen, want iedere danser wil met hem werken.

Een beetje zelfbevlekking is hem nooit vreemd geweest. Verschillende dansers en muzikanten komen aan het woord. Een danser vertelt met tranen in zijn ogen hoe Jackson zijn leven richting gaf. In de band zit één blond jong ding op gitaar, maar voor de rest zijn het vooral robuuste veteranen. Een van hen vertelt dat hij al fan was toen Michael 8 jaar oud was. Hij speelde met de groten der aarde, zegt hij, maar werken met Michael Jackson is het hoogst haalbare. Ik was sceptisch, maar de film laat zien dat de concertreeks best wel eens historisch had kunnen worden. Vooral door de spectaculaire decors, de visuals. Jackson zelf oogt breekbaar, met die lijzige stem, dat afgebrokkelde gezicht, zijn te wijde broek en zijn slecht vallende jasjes. Naast de afgetrainde dansers, twintigers in de kracht van hun leven, is Jackson een oude man. Toch lijkt het er in deze montage op dat hij nog genoeg in huis had om zich staande te houden.

Van de mens Michael Jackson zien we zo goed als niets, alleen al doordat een zonnebril negentig procent van de tijd zijn ogen afschermt. Jackson zelf wordt ook niet geïnterviewd in de film. This Is It toont vooral Michael Jackson als professional. En dat valt niet tegen. Zijn crew roemt hem omdat hij zijn muziek door en door kent. Dat klinkt logisch, maar als je hem aan het werk ziet, begrijp je wat ze bedoelen. Hij stuurt zijn band op timing, op kleine details. Hij koerst op perfectie. Het doel is om grenzen te verleggen. Om zijn vorige concertreeks te overtreffen en alles wat hij in de tientallen jaren ervoor gemaakt en gedaan heeft. De lat ligt onmenselijk hoog, maar aan Michael Jackson is dan ook weinig menselijk.

En dan dat ene moment. MJ (zoals hij ook door zijn crew genoemd wordt) repeteert het Jackson 5 blokje. I Want You Back, The Love You Save, inclusief de bijbehorende dansjes. In de zaal staan zijn dansers compleet uit hun dak te gaan. Ze springen, ze schreeuwen, ze gooien bijkans hun hoedjes omhoog. Jackson zingt inderdaad de sterren van de hemel in I'll Be There. Vol van stem, trefzeker. Direct na de laatste noot zegt hij met een zucht: "Jullie moeten dat niet doen! Ik moet mijn stem sparen, ik mag niet voluit gaan. Jullie dwingen me voluit te gaan."

Op dat moment lijkt het wel of het gegil in deze zaal in Utrecht met het geluid uit de duizenden filmhuizen in de hele wereld waar This Is It op hetzelfde moment vertoond wordt samenvloeit tot één gierende chaos. Samen met het angstaanjagende geluid van de duizenden fans in Londen op de persconferentie waar Jackson zijn concertreeks bekend maakte. De beelden zitten in de film. Een vader laat zijn zoontje bijna over het hek vallen van extase. De hysterie die hem begeleidde toen hij in 2005 onder een parasol van de auto naar de rechtszaal liep. De manische lokroep die Jackson gehoord moet hebben in 2002 bij zijn hotelraam in Berlijn, waar hij met zijn pasgeboren zoon was. Het gegil dat hij voor het eerst hoorde toen hij acht was en dat nooit meer verstomde.

Het leek wel of hij zelf niet zonder wilde. Alsof hij die volstrekte waanzin cultiveerde. De Dangerous Tour begin jaren negentig - daags na zijn dood werd een opname uit Boekarest uitgezonden - begint ermee. Op de grote schermen in het stadion zien we een filmpje van Michael in een auto, omringd door gillende mensen. Mensen die flauw vallen in stadions en op brancards van het veld gedragen worden. Hij kon het simpelweg niet weerstaan, en het heeft hem tot de laatste adem leeggezogen. Nog voor zijn final curtain call.

donderdag, augustus 13, 2009

Elvis, de King of Pop



"Misschien houden de mensen toch niet zo van Elvis", liet Idol-turned-presentator Jamai zich afgelopen week op radio 538 ontvallen. Dat zou de reden moeten zijn voor het falen van zijn programma Waar Is Elvis?. Minder dan 300.000 mensen keken naar de tweede aflevering. Was niet zo'n slimme zet, je eigen flop goedpraten over de rug van de King. Peter Haan, voorzitter van fanclub It's Elvis Time, reageert in de Telegraaf als door een wesp gestoken. "Ik zag de bui al hangen toen mensen van de productie bij ons kwamen. Of we als fanclub Elvis-maskertjes, Elvis-pruiken en Elvis-brillen konden leveren. Aan die flauwekul willen we niet meedoen."

Echte Elvis-fans kijken met walging naar het programma, beweert Haan. Tenenkrommend, 45 seconden brokjes liedjes, giebelende grappenmakerij en onzinnige quizvragen. Daar hoeft dus alvast niet over gediscussieerd te worden. Waar Is Elvis? is een suf karaokeprogramma, waarin het publiek belachelijke Vegas-brilletjes draagt en seksloze dikzakken hun heupen wiegen op Hound Dog. Bovendien is het eigenlijk een commercial van drie kwartier, een lokkertje voor de Joop van den Ende musical: All Shook Up, Love Me Tender.

Toch, als er één artiest is waar dit soort gekdoenerij bij hoort, dan is het wel Elvis Presley. Fans die nog steeds niet geloven dat hij dood is, imitators in witte jumpsuits, bedevaartstochten naar Graceland, het hoort er allemaal bij. Bij mij om de hoek op de Amsterdamsestraatweg in Utrecht zit een Presley-winkel, de Elvis Corner, een ietwat vale bordkartonnen beeltenis in de etalage. Inderdaad, een zaakje dat alleen maar Elvis-spullen verkoopt. Terwijl overal in het land goede platenzaken failliet gaan, zit die winkel daar al bijna vijf jaar. Ik heb er nog nooit iemand binnen gezien, en je zou denken dat ze vooral leven van internetbestellingen, maar eigenaar Johan van Wezel beweert dat zijn omzet vooral uit de winkel komt.

Ik ben er al vaak langs gekomen, maar ben deze week pas voor het eerst binnen gestapt. Je weet niet wat je ziet. Elvis asbakken, oorbellen, action figures, dekbedovertrekken, pepermuntjes, paraplu's, Blue Suede Chardonnay en Jailhouse Rock Merlot. En toch word je in die winkel niet overvallen door de walging die opkomt bij het programma. Dat komt door die enorme bakken met cd's, de exclusieve 7 inch singles, gouden platen, rijen vol LP's en zeker 100 verschillende dvd's. De bekende albums staan er in veelvoud. Persingen uit Japan, Australië, Amerika. Alles kun je er vinden, zelfs de soloplaten van zijn achtergrondzangeressen.

Ergens ligt een grens tussen verzamelwoede en flauwe carnavalsuitdossingen. Echte fans willen blind alles hebben wat er is van hun artiest. Een echte fan koopt ook de afschuwelijke platen die zijn idool in zijn nadagen maakt. Albums die hij misschien wel nooit voor zijn plezier opzet, maar die de collectie compleet moeten maken en de honger weer even stillen. Fans dragen hun liefde voor een artiest uit door te consumeren. En als de muziek op is, dan maar een mok. Het heeft iets aandoenlijks. En hoe meer goede muziek een artiest gemaakt heeft, hoe meer crap de fans zich laten welgevallen. Ik zeg dat met een mengeling van begrip en onbegrip.

Maar wat is dan het verschil met dat programma? Echte liefde? Authenticiteit? Een fles Blue Suede Chardonnay kun je moeilijk authentiek noemen. Hij komt niet eens uit Memphis, maar uit Californië! Het verschil is eigenlijk niet uit te leggen, maar voor de echte fan moeiteloos te voelen. Een ding is zeker: Waar Is Elvis? is niet gemaakt met liefde voor Elvis Presley, maar met liefde voor entertainment. Het is geen popmuziekprogramma, maar een niet al te doordachte gezelligheidsrevue. Lekker meezingen op vrijdagavond, het bleek de afgelopen jaren de kip met de gouden eieren. Elvis heeft toevallig een groot arsenaal hits om uit te putten, maar het had ook iemand anders kunnen zijn.

Michael Jackson bijvoorbeeld. Je hoort ze knarsetanden op de RTL-redactie, een maandje voor het programma begint. Jamai kan zijn teleurstelling niet verhullen. In hetzelfde interview op radio 538 zei hij: "We hebben een programma over de King, Elvis, dan is net Michael Jackson overleden. Dan ligt de focus meer daarop." Het kan geen toeval zijn: terwijl ik me in de Elvis Corner sta te vergapen aan een zilveren beeldje van Elvis' '68 Comeback, loopt buiten mijn zicht een moeder maar haar zoontje langs de winkel. "Kijk", zegt ze, "Elvis. Dat is de King of Pop." Zoontje corrigeert: "Dat is toch Michael Jackson?"

Aanstaande zondag is Elvis 32 jaar dood. De eigenaar van die winkel aan de Amsterdamsestraatweg in Utrecht is nog niet eens zo oud. Zondag zullen waarschijnlijk weer duizenden fans samenkomen bij Graceland. Jamai bedoelde het niet zo, praat collega-presentator Gordon recht. Natuurlijk houden mensen van The King Of Rock 'n Roll. Ik hoop dat vrijdag nog minder mensen naar het programma kijken. Deze week wel pas na de film, in plaats van op prime time.