Posts tonen met het label verlies. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verlies. Alle posts tonen

vrijdag, april 30, 2010

Het raadsel van Nou Camp



Mooiste moment van een beladen voetbalavond deze week: ineens gingen de sprinklers van Nou Camp aan, precies op de helft van het veld waar de spelers van Inter hun overwinning vierden. Gevalletje voetbalhumor? Of iemand die slecht tegen zijn verlies kon? Het raadsel van Barcalona: wie zette de waterkraan open? Was het de terreinknecht? Ging hij door het lint toen hij trainer José Mourinho met één vinger in de lucht een uitzinnige ereronde zag rennen over het heilige veld? Niet het oppermachtige Barcelona, maar Internazionale gaat naar de finale.

Was het misschien Lionel Messi? De man die eigenhandig Arsenal op de knieën kreeg? Het kleine mannetje met de fluwelen traptechniek, die speelt als Jezus. Al van jongs af aan zoemt om zijn hoofd de term 'beste speler'. In 2005, op het WK onder 20, werd hij al uitgeroepen tot genie. Messi benutte twee penalty's in de finale en de voetbalspotters boden tegen elkaar op wie hem het eerst had gezien, in de sloppenwijken van Argentinië. Messi moet woensdag alles wat hij tegen kwam in die spelerstunnel kapot getrapt hebben. Misschien heeft hij daarna de sprinklers in werking gesteld.

Wij Nederlanders houden van Messi, maar eigenlijk houden we van heel Barcelona. De NOS-redactie slaapt massaal onder Barça-dekbedjes, met de handjes er onder. Al tijdens de wedstrijd hing er een grafstemming. Wij Hollanders houden van het technische totaalvoetbal waarmee Barcelona een ronde eerder de Engelsen naar huis speelde. Wij houden van Barcelona om zijn historie, om zijn mooie shirts en om onze Cruijff, wiens hand we tot op de dag van vandaag zien. Barcelona, de club die speelt zoals Ajax dat ook zou willen. Pas als het Nederlands elftal een beetje speelt als Barcelona, geloven wij in de titel. Nee, dan de stijl van die Italianen. Dat vinden wij geen voetbal, dat vinden we anti-voetbal. We noemen en leep en sluw, en dat zijn geen complimenten. Dat Inter een week eerder in Milaan wel sprankelde, doet niet eens ter zake. Wij vertikken het om te geloven dat lelijk voetbal ook mooi kan zijn. Mourinho, die zelfingenomen rat, heeft vanavond het voetbal vermoord.

Het Nederlands elftal wordt bijna altijd uitgeschakeld door ploegen die iets weg hebben van dit Inter, met een trainer die precies weet hoe hij de goddelijke machine moet stoppen. Uitgerekend Guus Hiddink sloopte Oranje op het EK twee jaar geleden door zijn beste spelers precies tussen de Nederlandse linies heen te laat spelen. Na twee fabelachtige wedstrijden tegen Frankrijk en Italië lukte er helemaal niets meer. Nog frustrerender was de partij tegen Portugal twee jaar eerder. Anti-voetbal op zijn best. De Portugezen kwamen binnen een half uur op voorsprong en maakten daarna fatsoenlijk voetbal onmogelijk. Een wedstrijd vol irritaties, met eindeloos tijdrekken, vier rode kaarten en een doorlopend fluitconcert aan het einde.

Maar het allerergst was het EK in eigen land, in 2000. Inderdaad, tegen de Italianen. Die wedstrijd zullen veel mensen voor het eerst de term catenaccio gehoord hebben. Nederland won in de kwartfinale met 6-1 van Joegoslavië, de wedstrijd van de legendarische Bosvelt-shuffle. Het was ons toernooi, wie kon ons stoppen? De Italianen dus, met afbraakvoetbal. Bergkamp en Zenden speelden de Italiaanse backs gek. Oranje had balbezit, kreeg kansen, nota bene twee penalty's. En toch ging het mis. Toen Zambrotta al na 34 minuten zijn tweede gele kaart kreeg, juichte heel Nederland, maar diep van binnen wist iedereen dat de wedstrijd nu nooit meer kon verlopen volgens de wetten van Cruijff. Precies zoals afgelopen woensdag.

Het moet Cruijff zelf geweest zijn, die de sprinklers aanzette. De kersverse erevoorzitter van Barça en de verpersoonlijking van aantrekkelijk, aanvallend voetbal. “Italianen kennen niet van je winnen, maar je ken wel van ze verliezen”, zei Cruijff ooit. Erger dan Duitsers. Wat mooi eigenlijk hoe José Mourinho dat gedweep met Barcelona om zeep hielp met een taaie, spuuglelijke wedstrijd.

woensdag, februari 24, 2010

Sven Kramer: de geur van vette spareribs



“It's so sad.” De serveerster van de lelijkste sportkroeg van Amsterdam probeert het aan een klant uit te leggen, als ze hem zijn druipende hamburger brengt. “It's so sad.” Ik ben net al naar buiten gelopen, maar wil toch het einde zien. Vlak voordat ik weg ging – twee rondes eerder – stond ze ook al aan een andere klant uit te leggen wat er mis ging. “It's so sad”, probeert ze. “He took the wrong lane, he was on his way to gold and now it's over.” De klanten, ik schat Spanjaarden, kijken haar volstrekt onbegrijpend aan. Alsof ze hen zojuist in paniek kwam vertellen dat aan de andere kant van de zaak een glas kapot gevallen is. “It's so sad”, zegt ze dan maar tegen mij. “I just can't believe it”, zeg ik maar terug.

Het lijkt erop dat wij tweeën de enigen zijn die het erg vinden. Rond het Leidseplein kun je overal sport kijken, maar dit is de enige plek waar ook het schaatsen aan staat. Om de hoek zit een café vol luidruchtige mannen voor een groot scherm VFB Stuttgart vs. FC Barcelona, en ook hier is dat de wedstrijd van de dag. Op de een of andere manier heb ik niets met Barcelona. Het heeft iets lafs om voor de club te zijn die het mooiste voetbal speelt, die een prachtige historie heeft, waar wij Hollanders een kort lijntje mee hebben. Ik weet het niet. Ik heb een hekel aan Barcelona-fans. Ook aan Duitsers trouwens.

Naast me staan twee Engelsen, van die echte. Er zijn prachtige films gemaakt over dit soort kerels. Over de grijze straatjes waarin ze wonen, over hun vrouwen, die nooit knap geweest zijn en het zeker nu niet meer zijn. Over de pints die ze drinken en de vierde klasse profclub die ze aanmoedigen. De kleine linker is het type dat zich elke thuiswedstrijd in het mascottepak van zijn club hijst. Die dat een eer vindt en die rustig op de vuist gaat als de mascotte van de tegenpartij hem uitdaagt. Voor schaatsen hebben ze geen gevoel, ook niet voor Barcelona. De dikke vraagt hoe hij in godsnaam geacht wordt zijn soep met een vork te eten. Een snauw van de serveerster is zijn deel. “This is why you didn't get a table in the first place. Just wait.”

Ibrahimovic scoort 1-1 voor de Catalanen, en ik sta daar in mijn eentje aan de bar met een glas spa rood een beetje nerveus naar die rare Koreaan te staren, die weer harder rijdt dan iedereen gehoopt had. Naar Fransman Alexis Contin die zijn hoofd buigt, naar Bob de Jong die zich stuk bijt op het eerste deel, en die pas te laat de krijger in hem wakker krijgt. De Engelsen hebben inmiddels hun diner gekregen. De uiensoep ziet eruit als gestold frituurvet met drijvende restjes kaassoufflé. Die kleine heeft het smerigste bord spareribs voor zich dat ik ooit gezien – en vooral geroken – heb. Je kunt hem moeilijk kwalijk nemen dat hij de vettige stukjes vlees met zijn vingers uit elkaar trekt, ze afkluift met zijn hoektanden en zijn lippen afveegt met de mouw van zijn jas. Dat hoort zo. Een lange kerel met zijn twee knappe vriendinnetjes heeft intussen niet door dat hij voor mijn neus staat als Sven Kramer aan de start verschijnt.

Ik heb nog een paar minuten nagedacht over hoe ik zou reageren als Kramer zo meteen over de finish komt. Hoe juich je voor een overwinning die geen moment in gevaar gekomen is? Elke ronde rijdt de Fries drie tienden sneller dan de Koreaan. Geen ronde is hij langzamer. Het is als vier nul voorstaan bij rust. Een beter resultaat kan niet, maar de ontlading is zo veel groter bij die twijfelachtige penalty in de laatste minuut. Ik probeer te peilen wie nog meer zal juichen als Kramer goud pakt. Middenin de bar staat als ik het goed zie een Hollands stel. Zij lijkt me het type dat alleen juicht als er gewonnen wordt, en niet huilt als er verloren wordt. Dat soort mensen kun je eigenlijk niet serieus nemen. Als we zes minuten op weg zijn, is de Champions League afgelopen en schakelt het geluid in de zaak over naar Dijkstra en Hersman.

Ik en de serveerster zijn de enigen die het echt erg vinden wat hier gebeurde. Ik kijk nog een paar rondjes toe hoe Kemkers zijn pupil tegen beter weten in aanmoedigt, maar zodra hij voorbij is zijn ogen naar beneden richt. Ze zeggen bij dit soort momenten altijd dat je na dertig jaar nog weet waar je was toen het gebeurde. Ik ben bang dat ik vooral zal onthouden hoe het toen rook. Naar te zoute, te vette spareribs.